Osady lodowcowe w Holandii przekształcone w warunkach peryglacjalnych
DOI:
https://doi.org/10.26485/BP/1960/8/2Słowa kluczowe:
glina lodowcowa, formy glacjalne, erozja peryglacjalna, Riss, WürmAbstrakt
W północnej części Niderlandów glina lodowcowa pochodząca ze stadiału drenthe (zlodowacenie riss) przekształcona została przez erozję peryglacjalną podczas würmu. Pomimo intensywnego wietrzenia i usuwania materiału, wiele form glacjalnych, jak moreny, drumliny czy kemy, pozostało czytelnych dzięki odporności materiału. Artykuł omawia zakres i mechanizmy tych przekształceń.
Bibliografia
Burck, H. D. M., 1949 - Continentale Eemlagen in het dal van den Gelderschen Ijssel. Verh. Ned. Geol. Mijnb. Gen., Geol. Ser., 15; p. 32-43.
Brouwer, A., 1948 - Pollenanalytisch en geologisch onderzoek van het Onder- en Midden-Pleistoceen van Noord-Nederland. Thesis Leiden, Leidse Geol. Meded.,15; p. 260-342.
Crommelin, R. D., Maarleveld, G. C., 1949 - Een nieuwe geologische kartering van de zuidelijke Veluwe. Tijd. Kon. Nederl. Aardr. Gen., t. 66; p. 41-56.
Dylik, J., 1952 - The concept of the periglacial cycle in Middle Poland. Bull. Soc. Sci. Lettr. Łódź, vol. 3, nr 5.
Edelman, C. H., Maarleveld, G. C., 1958 - Pleistozän-geologische Ergebnisse der Bodenkartierung in den Niederlanden. Geol. Jahrbuch, Bd. 73; p. 639-684.
Hammen, T., van der, Maarleveld, G. C., 1952 - Genesis and dating of the periglacial phenomena at the eastern fringe of the Veluwe. Geol. en Mijnbouw, N. S., 14 Jaarg; p. 47-54.
Lüttig, G., 1958 - Heisterbergphase und Vollgliederung des Drenthe-Stadiums. Geol. Jahrbuch, Bd. 75; p. 419-430.
Maarleveld, G. C., 1949 - Het dal van de Eerbeekse beek en de continentale Eemlagen. Boor en Spade, 3; p. 101-106.
Maarleveld, G. C., 1950 - Over de geologie van de Zuidelijke Veluwe. Natura, 47; p. 109-114.
Maarleveld, G. C., 1953 - Standen van het landijs in Nederland. Boor en Spade, 6; p. 95-105.
Maarleveld, G. C., 1956 - Grindhoudende Midden-Pleistocene sedimenten het onderzoek van deze afzettingen in Nederland en aagrenzende gebieden. Thesis Utrecht.
Ridder, N. A., Wiggers, A. J., 1956 - De korrelgrootte-verdeling van de keileem en het proglaciale zand. Geol. en Mijnbouw, N. S., 18 Jaarg; p. 287-311.
Schelling, J., 1953 - Twee studierkateringen op de stuw-wallen van de Veluwe. Boor en Spade, 6; p. 113-125.
Veenenbos, J. S., 1954 - Het landschap van zuidoostelijk Friesland en zijn ontstaan. Boor en Spade, 7; p. 111-136.
Waard, D., de 1947 - Glacigeen Pleistoceen. Thesis Utrecht. In: Verh. Ned. Geol. Mijnb. Gen., 15; p. 70-246.
Wensink, J. J., 1958 - De jong pleistocene en holocene ontwikkeling van een deel van Westergoo. Geol. en Mijnbouw, N. S., 20 Jaarg; p. 73-87.
Wiggers, A. J., 1955 - De wording van het Noordoostpoldergebied. Thesis Amsterdam.
Woldstedt, P., 1954 - Saale-Eiszeit, Warthestadium und Weichsel-Eiszeit in Norddeutschland. Eiszeitalter u. Gegenwart, Bd. 4/5; p. 34-48.

